12-12-2017 19:30 Assen - Organisator: DPV

 

Prehistorische dodenwegen op de Veluwe

 

Monumentale grafheuvelrijen uit het 3de Millennium v. Chr. in Nederland en Europa

Dinsdag 12 december 2017, lezing door Dr. Q.P.J. Bourgeois, universitair docent Europese prehistorie aan de Universiteit Leiden. Quentin Bourgeois promoveerde in 2013 binnen het onderzoeksproject Ancestral Mounds.

Aanvang 19.30 uur in De Open Hof, Sleutelbloemstraat 1 Assen

 

  

Heuvels als grafmarkering, zijn alomtegenwoordig in Noord-West Europa. In sommige regio's vormen dichte concentraties monumenten merkwaardige configuraties zoals langgerekte, uitgelijnde vormen terwijl in andere regio's ze zich uitgebreid spreidden, met honderden grafheuvels. Deze uitgestrekte grafheuvellandschappen ontstonden gedurende duizenden jaren van toevoegingen door verschillende opeenvolgende prehistorische en historische samenlevingen. Tot nu toe is er weinig bekend over hoe deze landschappen ontstonden en zich ontwikkelden.

Het onderzoeken van deze vragen is de opzet van dit project. Door het ontrafelen van de geschiedenis van specifieke grafheuvellandschappen in Zuid-Nederland, konden verschillende fases van intense grafheuvelbouw worden herkend. Elk van deze fases droeg op een specifieke manier bij aan de ontwikkeling van het grafheuvellandschap en onthult wisselende houdingen tegenover deze monumenten.

Door het bouwen van nieuwe monumenten op een bepaalde plek en op een bepaalde manier transformeerden prehistorische gemeenschappen het grafheuvellandschap. Door gebruik te maken van verschillende GIS-technieken kon in dit onderzoek worden aangetoond dat elke grafheuvel een specifieke (en verschillende) positie innam in dit sociale landschap. Alhoewel de meerderheid van de grafheuvels enkel zichtbaar was van relatief korte afstand, namen specifieke monumenten een dominerende positie in. Zij waren van grote afstand zichtbaar aan de horizon.

Deze grafheuvels bleven belangrijke landschappelijke monumenten op de paarse heide. Zij bleven aandacht trekken en hun zichtbaarheid verzekerde hun voortbestaan in het collectieve geheugen van de gemeenschappen die zich rond deze monumenten vormden.